Telefoon 050 318 87 50

E-mail info@elzstrafrecht.nl

 

Voorzieningenrechter: Staat moet uiterlijk 8 juli beslissen op gratieverzoek

Op 24 juni 2020 heeft de voorzieningenrechter in Den Haag beslist dat de Staat uiterlijk 8 juli 2020 moet beslissen op het zesde gratieverzoek van de tot levenslang gestrafte Loi C. 

In de door onze cliënt aangespannen procedure in kort geding betoogde zijn advocaat Mathieu van Linde, dat de Staat op heel korte termijn moet beslissen op het al in april 2015 ingediende gratieverzoek. Het gerechtshof Den Haag heeft onlangs positief geadviseerd over dit gratieverzoek, waarbij het hof tot de conclusie kwam dat voortzetting van detentie inhumaan in de zin van 3 EVRM, want feitelijk (de facto) is de situatie uitzichtloos. Daarnaast wordt volgens het hof met de tenuitvoerlegging van de rechtelijke beslissing of de voortzetting daarvan geen met de strafrechtstoepassing na te streven doel in redelijkheid gediend.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat niet in redelijkheid valt in te zien waarom de Staat niet gehouden kan worden aan eerder toezeggingen en uitlatingen om op heel korte termijn te beslissen op het gratieverzoek.

De rechter overweegt: “Hierbij neemt de voorzieningenrechter ook in aanmerking dat het gehele proces waar eiser doorheen heeft moeten gaan om op dit punt in de gratieprocedure te komen, vertraging heeft opgelopen als gevolg van aan de Staat toe te rekenen omstandigheden. Er is diverse malen rechterlijk ingrijpen nodig geweest om de Staat te bewegen tot (verdere) stappen in het proces gericht op een mogelijke gratieverlening. Die rechtelijke procedures hebben telkens aan de Staat toe te rekenen vertraging opgeleverd. Tot slot acht de voorzieningenrechter relevant de overwegingen in het advies van het gerechtshof van 25 mei 2020. Het gerechtshof overweegt uitdrukkelijk dat eiser door toedoen van de Staat en gelet op de opstelling van het Openbaar Ministerie verkeert in een situatie die de facto uitzichtloos is en dat er een zodanig gebrek aan perspectief op vrijlating is, dat de verdere effectuering van de levenslange gevangenisstraf als inhumaan in de zin van artikel 3 EVRM moet worden gekwalificeerd. Dit advies komt er op neer dat er volgens het gerechtshof sprake is van een schending van artiket 3 EVRM jegens eiser. Dit is een ernstige aantijging jegens de Staat, die door de Staat serieus genomen moet worden en waaruit te meer volgt dat van de Staat thans mag worden verwacht dat hij voortvarend handelt en eiser niet langer dan strikt noodzakelijk in het ongewisse laat.

De uitspraak van de voorzieningenrechter kunt u hier lezen.

Namens cliënt werd in 2019 ook al een klacht ingediend bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens over de inhumane behandeling.

 

Eckert Van Linde Van der Zee Advocaten

Bezoekadres

Martinikerkhof 27
9712 JH Groningen
Routebeschrijving »

Postadres

Postbus 3082
9701 DB Groningen

Contact

t. (050) 318 87 50
f. (050) 311 20 46
e. info@elzstrafrecht.nl