Telefoon 050 318 87 50

E-mail info@elzstrafrecht.nl

 

Gevolgen wijziging Opiumwet voor growshops

Wat houdt de nieuwe wetgeving voor growshops in?

Vanaf 1 maart 2015 is er voor growshops nieuwe wetgeving van kracht. Growshops zijn niet verboden, maar de verkoop van goederen die gebruikt gaan worden voor hennepteelt wordt aan banden gelegd. Wat is de klant van plan met de spullen? Dat is bepalend voor de vraag of er in beginsel sprake is van strafbaar gedrag. En daar ligt vanaf 1 maart een extra verantwoordelijkheid voor verkopers en met name voor growshophouders.

De wettekst (artikel 11a Opiumwet) luidt:

“Hij die stoffen of voorwerpen bereidt, bewerkt, verwerkt, te koop aanbiedt, verkoopt, aflevert, verstrekt, vervoert, vervaardigt of voorhanden heeft dan wel vervoermiddelen, ruimten, gelden of andere betaalmiddelen voorhanden heeft of gegevens voorhanden heeft, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en vijfde lid, strafbaar gestelde feiten, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaar of geldboete van de vijfde categorie”.

Twee categorieën

Vrij vertaald is de ondergrens aan strafbaarheid dus wanneer je als verkoper “ernstige reden hebt om te vermoeden” dat de koper één van de twee genoemde feiten gaat plegen die strafbaar gesteld zijn in artikel 11 van de opiumwet. Deze twee feiten zijn:

  • als de koper de spullen gaat gebruiken voor grootschalige teelt. 
  • als de koper de spullen gaat gebruiken voor het bedrijfsmatig of beroepsmatig telen.

Grootschalige teelt

De definitie van het eerste geval, de grootschalige teelt, is duidelijk. Daarover staat in het opiumwetbesluit dat het moet gaan om meer dan 200 hennepplanten of meer dan 500 gram

hennep. Als de growshophouder dus het redelijk vermoeden heeft dat de koper spullen inslaat die betrekking hebben op kweek van meer dan 200 planten of bedoeld zijn voor het verkrijgen van meer dan 500 gram dan is hij strafbaar.

Bedrijfsmatige teelt

Bij het tweede geval ligt het aanzienlijk lastiger. Voor bedrijfsmatige of beroepsmatige teelt bestaat geen definitie. De wetgever heeft dit uitdrukkelijk aan de rechter overgelaten. Een factor die in ieder geval van groot belang lijkt is of de teelt bedoeld is om structureel winst te draaien; een (extra) inkomen verwerven met teelt. Daarnaast spelen de hoeveelheid planten en hoe professioneel de kwekerij is opgezet een rol. Uitgangspunt is dat er alleen nog spullen mogen worden verkocht aan klanten die van plan zijn kleinschalig, voor eigen gebruik te gaan kweken. Dat is in ieder geval veilig. De exacte grens zal uiteindelijk door de rechter moeten worden gegeven. Daar is het dan nu na 1 maart wachten op.

Toevoer

Voor de growshophouder is het de vraag in hoeverre hij een beeld kan hebben van de bedoelingen van zijn klanten. Is het de bedoeling eenmalig te telen? Koopt iemand al zijn spullen bij jou of heeft hij al ergens anders spullen gekocht? Heeft hij al spullen thuis liggen? Wat moet je als verkoper doen? Die vraag is op dit moment lastig te beantwoorden. De wetgever heeft niet bedoeld teelt in het geheel uit te bannen of de toevoer aan coffeeshops volledig af te snijden. Dus er wordt vanuit gegaan dat er toch nog wel enige vorm van toevoer (tegen betaling) naar de coffeeshops is. Deze toevoer mag alleen kennelijk niet door een grote leverancier plaatsvinden op een structurele wijze. Zoals alle regelgeving op het gebied van hennep is ook dit een schimmig gebied.

Onderzoeksplicht growshophouders

De wetgever heeft aangeven dat het moet gaan om situaties waarin het niet anders kan zijn dan dat de verkoper zich bewust is geweest van de criminele bestemming van de genoemde voorbereidings-middelen. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling van de wetgever geweest om voor bijvoorbeeld elke verkoper in een tuincentrum een onderzoeksplicht te creëren gevolgd door strafvervolging bij niet-naleving daarvan. Bij een growshop die alleen verkoopt voor de hennepteelt zal er wel een onderzoeksplicht gelden, lijkt het. Immers de growshophouder weet, in tegenstelling tot de verkoper in een tuincentrum, waarvoor zijn klanten komen. Een growshophouder zal zijn klanten er op moeten wijzen dat hij alleen verkoopt voor de kleine thuiskweker en uitdrukkelijk niet aan de commerciële grootschalige kweker. Als hij gelet op de hoeveelheid aangeschafte spullen toch vraagtekens krijgt, zal hij moeten stoppen met de verkoop of in ieder geval moeten doorvragen wat de bedoeling is en dit mogelijk in een verklaring moeten laten vastleggen. Bij een tuincentrum waar klanten ook potgrond, voeding en andere spullen kopen voor bij wijze van spreken de tomatenteelt ligt het dus iets anders. Maar ook daar kan het zijn dat op basis van de combinatie van aangeschafte spullen een plicht ontstaat om door te vragen. Daarnaast is het verstandig ook de kopers er op te wijzen dat het “voorhanden hebben” van spullen die voor de bedrijfsmatige teelt of grootschalige teelt bedoeld zijn strafbaar is. Dus als zij op meerdere plekken verschillende spullen inslaan, kunnen ook zij strafbaar zijn.

Rechter aan zet

Al met al is het nu aan de rechter en de praktijk om uit te maken wat strafbaar is. De kleinschalige kweek is in ieder geval veilig en de verkoop aan deze kleine kweker ook.

 

Eckert Van Linde Van der Zee Advocaten

Bezoekadres

Martinikerkhof 27
9712 JH Groningen
Routebeschrijving »

Postadres

Postbus 3082
9701 DB Groningen

Contact

t. (050) 318 87 50
f. (050) 311 20 46
e. info@elzstrafrecht.nl